Het weer is een van de eerste gespreksonderwerpen die je in Nederland tegenkomt. En meteen een lastige: veel woorden lijken op elkaar, of klinken juist heel anders dan je zou verwachten.
Deze week gebruik ik een memory taalpuzzel met acht weerssymbolen, van ‘het vriest’ tot ‘kans op windhozen’, om die woorden op een speelse manier te oefenen. Niet door lijstjes te stampen, maar door woord en beeld steeds opnieuw met elkaar te verbinden.
Zo groeit je Nederlands stap voor stap, precies zoals een puzzel: het ene stukje maakt het volgende makkelijker.
