Een nieuwe week, een nieuwe taalpuzzel. Deze keer duiken we in woorden die je dagelijks leven in het Nederlands vormgeven: van je baan en je bedrijf tot een gezellig praatje met de buurvrouw. Het zijn woorden die je overal tegenkomt, op kantoor, in de bioscoop, tijdens het zwemmen, en die je zelf ook wilt kunnen gebruiken.
Zoek ze op, schrijf ze op, en merk hoe elk woord dat je herkent weer een stukje van de puzzel op zijn plek legt. Piece by piece, stap voor stap.
(Selecteer de beginletter en beweeg de muis over het woord, laat dan de muisknop los)
