Deze week draait de taalpuzzel om woorden die je overal tegenkomt: op je werk, bij de buren, in gesprekken met vrienden.
Woorden als kantoor, bijbaantje en accountant naast gezellig, feliciteren en cadeau.
Dat is precies hoe taal werkt. Het ene stukje hoort bij je baan, het andere bij je sociale leven, en samen vormen ze het geheel waarin je je thuis voelt.
Zoek de woorden, spreek ze hardop uit, en merk hoe vertrouwd ze al beginnen te voelen. Puzzelstukje voor puzzelstukje.
(Selecteer de beginletter en beweeg de muis over het woord, laat dan de muisknop los)
